|
Biomonitor
De Biomonitor van het fabrikaat LAR AG Berlin is bestemd voor de bepaling van het biologisch zuurstof verbruik van het afvalwater en de respiratiesnelheid (vitaliteit) van het actieve slib. De respiratiesnelheid in een zuivering wordt ondermeer beïnvloed doorhet gehalte aan opgeloste zuurstof, de temperatuur van het water en het type biomassa in relatie tot de samenstelling en/of toxiciteit van het afvalwater. Met behulp van de Biomonitor kan het zuiveringsproces dan ook worden geregeld en geoptimaliseerd. Dit kan leiden tot aanzienlijke kostenbesparingen. De Biomonitor is een robuuste analyser die eenvoudig te onderhouden is en bijzonder geschikt is voor gebruik in een industrile omgeving.
- Meetprincipe
De Biomonitor is feitelijk een kleine biologische cascade zuivering. Hierin wordt, met gebruik van actief slib, het afvalwater biologisch afgebroken. Hierbij wordt zuurstof verbruikt. De zuurstofvraag (BOD) en de vitaliteit van het actieve slib (respiratie) worden gemeten. Het hart van deze analyser bestaat uit twee parallel geschakelde cascadesystemen, respectievelijk de referentiecascade en de monstercascade. Ieder cascadesysteem bestaat uit vier in serie geschakelde overloopvaatjes. In ieder vaatje bevindt zich een magneetroerder. In het laatste overloopvaatje van beide parallel geschakelde cascadesystemen wordt het “opgeloste zuurstofgehalte” gemeten.
- De referentiecascade wordt enkel gevoed met lucht en het actieve zuiveringsslib. Het actieve slib is een geconcentreerde suspensie van bacteriën, afkomstig vanuit de afvalwaterzuivering of vanuit een kleine speciale “slib recycle-unit”. Micro-organismen in het “actieve slib” ademen zelf ook zuurstof. Deze zuurstofopname wordt gemeten in de referentiecascade. De zuurstofafname is een maat voor de activiteit en conditie van het slib. Deze meting wordt gebruikt voor de berekening van de respiratie uitgedrukt in ASR (Acrivated Sludge Respiration).
- De monstercascade wordt gevoed met lucht, het actieve slib en met afvalwater. Dit cascadesysteem werkt feitelijk als een aërobe minizuivering. Het voordeel van de in serie geschakelde reactievaatjes is dat de micro-organismen zich in ieder vaatje aanpassen aan de gewijzigde samenstelling van het afvalwater. In het laatste reactievaatje wordt de opgeloste zuurstof concentratie gemeten. Het zuurstofverbruik wordt berekend. Vervolgens wordt het verschil tussen de opgeloste zuurstofmetingen van de referentie- en de meetcascade bepaald. Deze komt overeen met de zuurstofvraag door organische stoffen in het afvalwater en wordt omgerekend tot de BOD-waarde (Biological Oxygen Demand).
Download de brochure.
|